Blog Hetty Vlug | Eén huishouden, één plan, één professional

Blog Hetty Vlug | Eén huishouden, één plan, één professional 10 - 10 - 2018

In het sociale domein is het al een jaar of tien een mantra: ‘een huishouden, een plan, een professional’. De formule werd voor het eerst uitgesproken door de bedenkers van frontlijnteams in Leeuwarden en Enschede, en vervolgens heeft het parool zich een weg gebaand naar alle beleidsnota’s en reorganisaties die als gevolg van de drie Grote Decentralisaties (jeugd, zorg en werk) onze verzorgingsstaat hebben opgeschud. Sindsdien wordt overal in het land gewerkt met generalistische wijkteams, die integraal moeten werken.

In stukjes

Ik ben ooit een – tamelijk wanhopige – professional tegen gekomen die mij precies uitlegde waarom zo’n integrale aanpak nodig was. ‘Waar wij in Nederland erg goed in zijn’, vertelde hij, ‘is problemen van mensen in stukjes knippen. We knippen er een stuk schuld af, dat is voor de schuldhulpverlening, een stukje opvoeding is voor de jeugdzorg, het stukje arbeidsmarktparticipatie gaat naar de dienst werk en inkomen, voor psychische problematiek kun je verwijzen naar de GGZ, bij verstandelijk beperkingen roepen we een consulente van MEE in, enzovoorts. Maar het probleem is dat mensen zich niet laten opknippen en in stukjes repareerbaar zijn. Het hoort bij elkaar.’

Daar is, voor wie even nadenkt, geen speld tussen te krijgen. Vandaar dat we sinds de decentralisaties overal in het land bezig zijn te ontschotten, te ontkokeren en maatwerk mogelijk te maken. Er zullen ongetwijfeld vorderingen zijn geboekt, maar wat uit de berichtgeving vooral blijkt is hoe ingewikkeld het eigenlijk is. Of zoals ik het ooit bij een columnist las: ‘Iets eenvoudigs organiseren is in Nederland het moeilijkste wat er is.’

Goede voornemens

En dan was het onderwijs in al die goede voornemens om integraal te gaan werken en maatwerk te leveren vaak nog een domein dat meestal niet eens werd genoemd. Het ging over gezondheid, inkomen, werk, opvoeding, huisvesting, maar het feit dat de kinderen van een problematisch gezin toch het grootste deel van hun tijd in het onderwijs vertoeven was niet altijd het vermelden waard. Bizar natuurlijk. Wat dat betreft valt te hopen dat de Kamerbrief die de ministers Slob (onderwijs) en De Jonge (zorg) in voorbereiding hebben op een doorbraak aanstuurt. Want er moeten echt bakens verzet worden om ‘een huishouden, een plan, een professional’, ook in het onderwijs daadwerkelijk dichterbij te brengen.

Want juist op school valt een wereld te winnen. Ik kom op scholen ambulant begeleiders van een jeugdzorginstelling tegen die vinden dat professionals er in de thuissituatie van kinderen een puinhoop van maken (veel personele wisselingen, slechte communicatie) waardoor zij op school water naar de zee dragen. Maar nogal eens blijken dat collega’s van hen zelf te zijn en stuit de gedachte of het misschien niet mogelijk zou zijn om de ondersteuning thuis en op school door een persoon te laten doen op verbazing en onbegrip. Ieder zijn ding, toch? Tja, dan is een huishouden, een plan, een professional inderdaad nog ver weg.

Voorbestemd

Of neem het meisje uit een middenbouwgroep in het speciaal onderwijs. Ze doet actief mee met de les, heeft als eerste haar opdrachten klaar en helemaal goed en lijkt veel meer uitdaging aan te kunnen. Wat doet ze hier, dacht ik toen ik haar bezig zag. De leerkracht vertelde dat ze haar al kende toen ze nog als baby in de maxi cosi lag wanneer haar moeder haar oudere broertje naar school bracht. Al jaren terug dus. Ja, had de moeder aangekondigd: zij komt later ook bij je. Kortom, al in de maxi cosi was ze voorbestemd in het speciaal onderwijs terecht te komen, een peloton hulpverleners had daar niets aan kunnen veranderen. Doodzonde, want een effectieve en consequente gezinsaanpak met een plan en een efficiënte professional nog voordat ze op school komt had haar mogelijk op een ander en beter spoor kunnen brengen.

Nog een voorbeeld. Alle leerlingen die jaarlijks instromen bij het Taalcentrum Almere hebben Nederlands als tweede taal en komen in principe uit een ander land. Maar zo’n tachtig van de jaarlijks instromende kinderen (in de leeftijd van vier, vijf jaar) is geboren in Nederland. De helft ervan heeft voorschoolse educatie gehad, hun taalachterstand zat er al jaren aan te komen en moet regelmatig geconstateerd zijn. Waar was het plan, waar waren de professionals? Waarom komen ze bij ons terecht als het erg te laat is en hun achterstand lastig in te lopen is?

Verbinding thuis en school

Het is, met andere woorden, van levensbelang om de thuissituatie en de onderwijsprestaties indringend met elkaar te verbinden. Almere loopt daarin voorop met de zogenaamde onderwijs-jeugdhulp-arrangementen, dat is een goede stap in de goede richting. Maar wat nodig is is dat ook organisaties (inclusief die waar ik zelf voor verantwoordelijk ben) zelf de schotten in hun organisatie en in de hoofden van professionals afbreken. Want wij knippen niet alleen problemen van mensen in stukjes, wij zijn ook uitermate gedreven om precies vast te stellen tot waar de verantwoordelijkheid en bevoegdheid van de een organisatie ophoudt en waar de andere begint. Met als gevolg dat er de nodige kinderen en ouders door de mazen van het net zwemmen. Het zou heel goed zijn als de komende beleidskamerbrief organisaties ook echt doorzettingsmacht geeft om de piketplaatjes te verwijderen en (bijzonder en creatief) maatwerk af te dwingen. Maar nog belangrijker is dat we de knoppen in onze eigen hoofden en organisaties omdraaien en blijven zoeken naar echte integrale oplossingen. Misschien is dat wel de grootste (en moeilijkste) uitdaging.

 

"Hetty Vlug blogt over haar ervaringen en inzichten als directeur van de coöperatie Passend Onderwijs Almere en bestuurder van Almere Speciaal, het Taalcentrum en het OPDC."



Terug