Halloween

Halloween 06 - 11 - 2018

Halloween

Vanochtend zijn de pompoenen afgeleverd. Halloween staat voor de deur. Dat betekent bijstelling van het programma. Niet naar buiten met het kompas om te ervaren waar het noorden en zuiden is, maar pompoenen uithollen! En de volgende keer natuurlijk buiten op een open vuur in de grote ketel (met de ingevroren stukken pompoen) zelf soep koken. Zo het programma bijstellen is iets wat Laura graag doet. Niets ligt vast, veel kan, als het maar betekenisvol voor de leerlingen is.
We spreken vandaag met Laura Verdouw, leerkracht bij Playing for Success. Christa Rietberg heeft het stokje aan Laura doorgegeven omdat ze benieuwd is waar Laura haar inspiratie vandaan haalt om zelf lessen te ontwerpen en hoe ze ervoor zorgt goed aan te sluiten bij het niveau van de leerlingen. En daar zijn wij ook nieuwsgierig naar.

Over Playing for Success (PfS)

Playing for Success is in 1997 in Engeland ontstaan omdat het ministerie vond dat het niveau van de leerlingen te laag was. Een vorm van bijles moest daar verbetering in brengen. Door een koppeling te maken met de voetbalverenigingen ontstaat er een enthousiasmerende omgeving. Een omgeving waar leerlingen niet uit een boekje leren maar op het voetbalveld. Door echt te meten, het meetlint te gebruiken en het voetbalveld een paar keer van links naar rechts en weer terug over te steken ervaar je centimeters en meters. Het leren wordt betekenisvol en krijgt waarde. Omdat het leren lukt, doen leerlingen succeservaringen op, ervaren het wow effect en beklijft de lesstof. Dat is de achterliggende gedachte bij PfS, het idee krijgen waarom je iets doet.
Laura vertelt dat uit onderzoek is gebleken dat de boost op cognitieve vaardigheden er wel is, maar van korte duur is. Het succes zit met name op het gebied van sociale vaardigheden. Een cognitief onderwerp wordt als basis gebruikt voor het opdoen van succeservaringen. Leerlingen leren samen spelen, samen werken, krijgen een positiever zelfbeeld en staan steviger in de schoenen. De kinderen groeien in hun PfS periode enorm.

De start

Er zijn verschillende “PfS afdelingen” in het land, steeds gekoppeld aan een voetbalvereniging. 6 ½ jaar geleden is in Almere de start gemaakt met een groepje bij Almere City FC. Nu is er naast de sport bij Almere City ook een aanbod kunst en cultuur bij KAF, groen en natuur bij Stichting Stad & Natuur (De Kemphaan) en sinds kort ook science bij Stichting Stad & Natuur (Het Klokhuis). In totaal krijgen 14 groepen per week les. De groepen bestaan uit leerlingen vanaf groep 5 basisonderwijs tot en met het 2e jaar voortgezet onderwijs. Voor de leerlingen van het regulier onderwijs is het naschoolse programma. Onder schooltijd wordt er lesgegeven aan groepen voor speciaal onderwijs en ook is er een programma voor het Praktijkonderwijs en de assist groepen (voor leerlingen die dreigen uit te vallen). Daarnaast wordt een school gecoacht die actief en betekenisvol leren in haar programma wil opnemen.

Alles kan in Almere

De leerlingen komen altijd naar de locatie van PfS omdat de omgeving zo belangrijk is. In Almere dus sport, groen en natuur, kunst en cultuur en science. Dat brede aanbod is landelijk gezien redelijk uniek. Door de verschillende locaties kunnen de groepen – niet op leeftijd – maar op interesse samengesteld worden. Zo kan het gebeuren dat meisje uit groep 5 een jongen uit groep 8 van een andere school uit een ander stadsdeel op sleeptouw neemt. “Komop, we gaan iets leuks doen!”

Aanmelding en afsluiting

PfS bezoekt de scholen in Almere, de directeuren brengen PfS een kennismakingsbezoek. Er is een PfS website, folders en flyers vertellen over het aanbod. Daardoor weten de docenten waar PfS voor staat en kunnen zij zien wat bij een leerling past. Leerlingen worden door school aangemeld. Waarbij de toelatingseisen ruim zijn.
Ouders komen via via bij PfS. PfS wil in de aanmelding laagdrempelig en flexibel zijn, er is altijd wel een plekje. De regel is: vol is vol. Is een groep vol, dan wordt de leerling in volgende periode wel geplaatst. Een wachttijd van 10 weken is te overzien.

School en ouders krijgen een intakeformulier waarop aangegeven wordt waarom het voor een kind goed zou zijn om mee te doen en welke handvatten zij aan het kind meegeven. Wat werkt wel, wat werkt niet? Ouders mogen tijdens de lessen met hun kind meekomen, meedoen en meehelpen. Ze kunnen daardoor zien wat er met hun kind gebeurt en welke aanpak werkt.

Na afloop van de 10 weken krijgen de leerlingen een certificaat. Met daarbij een eindverslag voor de leerling. Daarin staat beschreven waar ze goed in zijn, waarin ze zijn gegroeid en hoe ze daaraan hebben gewerkt. Mooi voor de leerling zelf, maar ook voor hun ouders en als terugkoppeling naar de leerkrachten. 

Inspiratie

Laura heeft een achtergrond als docent/mentor in het voortgezet speciaal onderwijs. Nu heeft ze ook leerlingen uit het regulier onderwijs. Van alle leerlingen wordt ze blij, speciaal van leerlingen waar ze net dat beetje meer voor kan betekenen. Ze merkt dat er in het regulier onderwijs door de methodes, cito’s, presteren en scoren heel veel druk zit. In het speciaal onderwijs kun je meer bezig zijn met de leerling zelf. Meer individueel, meer afstemmen op wat de leerling nodig heeft. Daar heb je niet persé een methode bij nodig. En dat is precies wat Laura zo goed kan. De methode loslaten en zien wat er gebeurt en wat de leerling nodig heeft. Wat en hoe kun je inzetten? De bagage die Laura in haar rugzak heeft helpt haar heel erg bij het kijken naar het kind en aanpassen op het kind. Een les is nooit hetzelfde en moet passen bij het kind. Want waarom zou het kind anders zin hebben om iets te moeten doen.

We geven al een beetje antwoord op de vraag van Christa. Laura vertelt dat een stukje van haar inspiratie ligt bij wat ze ziet en wat ze terugkrijgt van de leerlingen en een stukje van zichzelf. De methodes zijn niet zo belangrijk. Laura doet veel op gevoel. “De zone van naaste ontwikkeling is zo leuk en daar kun je zo goed op afstemmen. Daar krijg je kinderen enthousiast mee!” Dat betekent dat ze heel goed naar kinderen kan kijken, heel goed kan luisteren. Namen van de leerlingen kent ze echter bijna niet. Maar een moeder zei ooit: “ik zie dat je 2 kinderen bij naam kent, en toch zie ik je alle 14 kinderen op een individuele manier precies passend begroeten, omdat je van allemaal donders goed weet wie ze zijn. Je weet alleen niet hoe ze heten.” 

Als je met een onderwerp bezig bent bestaat dat niet uit één vaardigheid. Daar komt veel meer bij. Laura geeft als voorbeeld het "broodje naamloos". Ontstaan in de tijd dat ze in het speciaal onderwijs werkte (al 8 jaar geleden). Ook nu gebruikt Laura het broodje bij het buiten koken. Waar de leerlingen een recept zoeken en lezen, boodschappen doen, hoeveelheden uitrekenen en afwegen, koken en serveren. De kinderen werken op meerdere manieren aan verschillende vakgebieden. Je stopt alles in een pakketje en krijgt heel veel enthousiasme van de kinderen terug. Wat je ziet is dat de kinderen groeien in zelfvertrouwen. Zonder dat zelfvertrouwen kun je niet leren. Als kinderen blij zijn, komen ze tot bloei en leren ze zichzelf beter kennen.  

Huppelen

Naar buiten gaan, bij de koeien rekenen, met het kompas op pad, fikkie stoken, verstoppertje spelen, vloggen om een voorlichtingsfilmpje voor de Kemphaan te maken, een insecten hotel bouwen naar aanleiding van de insectensterfte. Iedere keer is er iets nieuws voor de leerlingen te beleven en te ervaren. Ik denk zomaar dat niet alleen de kinderen huppelend naar huis gaan.

 

> Heb je Facebook? Kijk dan zeker op de pagina van Playing for Success Almere 



Terug