Medisch handelen in het basisonderwijs

Soms wordt een school gevraagd om medische handelingen op school te verrichten. Met de invoering van passend onderwijs kunnen meer scholen hiermee te maken krijgen. Dit roept allerlei vragen op. Onder welke voorwaarden mogen leerkrachten medische handelingen verrichten? Zijn ze daartoe verplicht? Hoe regelen we dat zorgvuldig en welke protocollen moeten we dan vastleggen? Hoe zit het met aansprakelijkheid?

Over het algemeen kan je drie verschillende situaties onderscheiden, als het gaat over medische handelingen :
• een kind wordt ziek op school;
• ouders/verzorgers vragen om het verstrekken van medicijnen aan de leerling op school;
• ten behoeve van een leerling zijn medische handelingen nodig in het kader van de wet-BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg). Denk aan sondevoeding, het toedienen van een injectie of het meten van de bloedsuikerspiegel bij suikerpatiënten door middel van een vingerprikje.

Over de laatste situatie is soms wat onduidelijkheid onder schoolbesturen, scholen en leraren.

Zijn leraren bevoegd om medische handelingen (vallend onder de wet BIG) te verrichten?

Leraren zijn bevoegd om medische handelingen te verrichten als zij hiertoe bekwaam worden geacht door de zelfstandig bevoegde arts. Deze arts moet dan ook de leraar hebben geïnstrueerd. Artikel 35 Wet BIG geeft hiertoe de mogelijkheid. Het is van belang om van de arts een schriftelijk ondertekende bekwaamheidsverklaring en een ingevulde instructie te vragen.

Mag een leerkracht worden verplicht om medische handelingen te verrichten?

Het schoolbestuur/de schoolleiding kan kiezen of zij wel of geen medewerking verleent aan het geven van medicijnen of het uitvoeren van een medische (BIG) handeling. Voor de individuele leraar geldt dat hij/zij mag weigeren handelingen (al dan niet vallend onder de wet BIG) uit te voeren waarvoor hij zich niet bekwaam acht. Dit is conform het arbeidsrecht. Een school en/of leraar kan dus niet verplicht worden gesteld om medische handelingen in het kader van de wet-BIG te verrichten.

De wet BIG en bovenstaande is niet van toepassing bij een noodsituatie. Iedere burger wordt dan geacht te helpen naar beste weten en kunnen.

Hoe zit het met de aansprakelijkheid? Wie is verantwoordelijk als het fout gaat?

Voor werkzaamheden die in het kader van een dienstbetrekking worden verricht is in artikel 6:170 Burgerlijk Wetboek een speciale aansprakelijkheidsregeling vastgelegd. De werkgever is aansprakelijk voor schade, aangericht door een fout van een ondergeschikte. De werknemer kan zelf civielrechtelijk aansprakelijk worden gesteld, maar kan dus die aansprakelijkheid doorschuiven naar de werkgever.

Hooguit kan de werknemer strafrechtelijk aansprakelijk zijn, maar dat is alleen aan de orde als de werknemer bijvoorbeeld niet bevoegd was om de medische handeling te verrichten of ernstig nalatig is geweest bij het verrichten van de medische handeling (bijvoorbeeld verkeerde medicijnen, of een veel te hoge dosis heeft gegeven), waardoor de leerling ernstige gezondheidsschade heeft opgelopen.

Model-protocollen

De PO-Raad heeft twee model-protocollen ‘medische handelingen op scholen’ opgesteld. Deze model-protocollen dienen nog aangepast te worden aan de eigen situatie.

- Een protocol voor de situatie dat een bestuur/school ervoor kiest om wel zelf medische handelingen uit te voeren;

- Een protocol voor de situatie dat een bestuur/school ervoor kiest om geen medische handelingen uit te voeren, maar wel de ruimte hiervoor ter beschikking stelt waarin derden dit kunnen doen (ouders zelf, een verpleegkundige of doktersassistent bijvoorbeeld).

Het gekozen model dient altijd door het bevoegd gezag te worden vastgesteld en verder verspreid onder het personeel. Het bestuur wordt aangeraden vóór het vaststellen van dit protocol altijd contact op te nemen met de verzekeraar van het schoolbestuur en de scholen. Als het bestuur op medisch vlak verder advies wenst, kan zij contact opnemen met de plaatselijke GGD en/of REC cluster 3.