Achter de voordeur

Achter de voordeur

Achter de voordeur

Soms begrijp je niet waarom een boek zo goed als onopgemerkt is gebleven. Die vraag bekroop me toen ik onlangs bijna per ongeluk in het bezit kwam van het boek Achter de voordeur. Vijf jaar meekijken bij gedwongen opvoedondersteuning aan een Rotterdams gezin en nadat ik het in een ruk had uitgelezen me verbaasd afvroeg waarom ik er nog nooit eerder iets van had vernomen.

Het boek verscheen begin 2017 en is geschreven door de journaliste Marijke Nijboer, die vijf jaar lang heeft meegekeken hoe allerhande professionals omgaan met wat in vaktermen aan wordt geduid als een multiprobleemgezin. Het betreft een gezin met – als Martine Nijboer er in 2010 voor het eerst over de vloer komt – de 24-jarige moeder Martina, afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, met twee kinderen, de bijna driejarige Lorenzo (uit een eerdere relatie) en de baby Delano, waarvan de 21-jarige Stefan de biologische vader is. Het gezin bakt er helemaal niks van: moeder kan geen structuur brengen, vader blowt en gamet, houdt het bij geen baas uit, het eten is beroerd, het gezin bivakkeert zo ongeveer op een kamer, er zijn schulden, beide ouders hebben een lichtverstandelijke beperking, het is een puinhoop. Het klinkt een beetje abstract, multiprobleemgezin, maar na 128 pagina’s heeft de lezer geen enkele moeite meer om zich daar niet iets bij voor te stellen.

Verwaarlozing
Omdat op het consultatiebureau is geconstateerd dat er sprake is van verwaarlozing van de twee kinderen is jeugdzorg ingeschakeld en het boek brengt over een periode van vijf jaar in kaart waar dat toe leidt. Wat zich voor de ogen van de lezer ontvouwt is in zekere zin het bekende verhaal. Het boek begint met een opsomming van alle professionals die op het gezin betrokken zijn. Dat zijn er niet weinig, tien gezinscoaches en gezinsvoogden in vijf jaar tijd en nog een flink aantal andere ondersteuners. Een bepaalde periode is er vanwege de hoge werklast van een gezinsvoogd voor elk kind een aparte voogd. De overdracht van de ene professional naar de andere is zelden warm en efficiënt geregeld, waardoor elke nieuwkomer min of meer opnieuw begint.  De enige constante factor is eigenlijk het gezin, waarbij alles erop gericht is om de ouders de discipline van het opvoeden bij te brengen, maar keer op keer blijkt dat het consequent en vasthoudend handelen voor hen te hoog gegrepen is.

Aan liefde voor hun kinderen ontbreekt het de ouders niet, aan opvoedingsbesef des te meer. Het is ronduit dramatisch als de toegang tot een voorziening in Rotterdam waar de ouders wel hun liefde kunnen geven, maar waar ze in het opvoeden ontlast worden, hen wordt ontzegd, omdat vader 1 punt te hoog scoort op een IQ-test. De beste oplossing voor de twee kinderen, blijft door een punt buiten bereik. Je toekomst zal er maar vanaf hangen! Het gevolg is wel dat de kinderen via een medisch kinderdagverblijf uiteindelijk in het speciaal onderwijs terecht komen, waarbij  – hopelijk knoopt Marijke Nijboer over tien jaar nog een vervolg aan haar onderzoek – te vrezen valt dat zij dezelfde ongeregelde voetsporen van hun ouders zullen treden.  Een bataljon professionals heeft daar dan geen verandering in kunnen brengen.

Thuissituatie
Als je de goede bedoelingen en allerbeste intenties zo de revue ziet passeren dan bekruipt je het gevoel dat hier niet de hulpverlening de scepter zwaait, maar machteloos de lakens uitdeelt. De ouders worden er voortdurend aan herinnerd dat ze hun rol van ouders op moeten nemen, dat ze verantwoordelijk zijn, terwijl ze eigenlijk niet bij machte zijn om die verantwoordelijkheid te dragen.  De gezinscoaches en voogden blijven daar desondanks op hameren omdat het uithuisplaatsen van kinderen terecht iets is wat tot het uiterste moet worden vermeden. Zo vallen ze tussen de wal en het schip. Ze komen in een medisch kinderdagverblijf, in het speciaal onderwijs, en ten slotte ook tijdelijk in een pleeggezin. Wat er op die buitenplekken allemaal gebeurt heeft geen relatie met de thuissituatie, want daar hebben de professionals nauwelijks zicht op. Thuis wordt er aan de ouders voortdurend getrokken, maar de kinderen vallen onder meerdere opvoedkundige regimes en je krijgt niet het idee dat de professionals ook echt in het verlengde van elkaar opereren. Een ieder doet zijn werk naar behoren, maar met zijn allen doen ze het niet goed. Het is individueel presteren, maar collectief falen. Dat is het gevoel dat je overhoudt na lezing van het boek.

En het onderwijs?
Dat is een conclusie die juist ook in het onderwijs te denken moet geven. In het (speciaal)(basis) onderwijs zitten veel meer kinderen wiens thuissituatie te wensen overlaat. Wellicht niet zo extreem als in het boek van Marijke Nijboer, maar toch…. Wij geven de kinderen onderwijs op school, maar denken we ook door wat er in de thuissituatie nodig is om tot ontwikkeling te komen, helpen we ouders om bij te dragen aan betere leerprestaties, of laten we dat aan de gezinscoach of het wijkteamlid over? Waarom zou onze expertise op school wel werken, maar nietszeggend zijn in de thuissituatie? Nemen we eigenlijk wel voldoende kennis van de thuissituatie of houden we ons er verre van door te melden dat we ons niet tot een hulpverlenersrol moeten laten verleiden? Alsof er thuis niet geleerd wordt. Heel vroeger wilde een onderwijzer (of was het hoofd van de school?) nog wel eens aanbellen als kinderen problematisch waren op school. Maar gebeurt dat nu nog (vaak genoeg)?

In de vijf jaar interventies in het gezin van Martina, Stefan, Lorenzo en Delano zijn eigenlijk nooit alle deskundigheden bij elkaar gekomen om elkaar echt te versterken en te ondersteunen. Ze maken werkafspraken, dat is het wel. Er is ook nergens een overtuigende diagnose gesteld, er is altijd gepoogd er het beste van te maken en de ouders in de positie van ouders te brengen. Niemand durfde te zeggen dit kunnen ze wel en dat zullen ze nooit leren; er is nooit gedacht om iets te verzinnen waar de ouders in hun onvermogen erkend werden en er slimme constructies werden verzonnen om hun kinderen thuis iets te bieden.  Waar bij in veel gezinnen het thuismilieu stimulerend werkt voor het onderwijsleren, steken we er bij problematische gezinnen waar het dus juist heel erg gestimuleerd zou moeten worden, geen hand naar uit. Dat is een constatering die toch op zijn minst te denken zou moeten geven. Misschien is dat de reden waarom het boek van Marijke Nijboer niet echt is opgepakt. Je houdt er een ongemakkelijk gevoel aan over. Precies daarom is het zo’n goed boek.

 

Marijke Nijboer, Achter de voordeur. Vijf jaar meekijken bij gedwongen opvoedondersteuning aan een Rotterdams gezin. Uitgeverij de Graaf, ISBN 978-90-77024-86-7

 

"Hetty Vlug blogt over haar ervaringen en inzichten als directeur van de coöperatie Passend Onderwijs Almere en bestuurder van Almere Speciaal, het Taalcentrum en het OPDC"



Terug