Een gymleraar voor Darryl

Een gymleraar voor Darryl

Er wordt veel over het speciaal onderwijs gesproken, in de Tweede Kamer, tijdens vergaderingen, in bestuurskamers, tijdens schooloverleggen. Dat is mijn werk, althans een heel groot deel daarvan. Maar het echte werk vindt natuurlijk niet op deze plekken plaats, maar op scholen, in de interacties tussen leerlingen en leerkrachten. Dat is natuurlijk een geweldige open deur, maar ik probeer er toch regelmatig doorheen te gaan om in al die – soms moeizame - gesprekken het gevoel overeind te houden dat die gesprekken echt ergens over gaan.  

Zo sprak ik onlangs Darryl (1) een uit de kluiten gewassen jongen van 14 jaar die aan zijn tweede jaar op het OPDC-Almere bezig is. Het OPDC (voluit: Ortho Pedagogisch Didactisch Centrum, maar gelukkig spreekt iedereen over opeedeecee) is een tussenvoorziening voor jongeren tussen de 12 en 14 jaar. Zij staan ingeschreven op een reguliere vmbo-school maar krijgen 1 of 2 jaar les op het OPDC-Almere om daarna op een reguliere school onderwijs te gaan volgen. Darryl bijvoorbeeld wil volgend jaar naar de 3e klas van het vmbo-t op een grote middelbare school in Almere Buiten.

Boos

Eigenlijk wilde hij al dit schooljaar daar naar toe, maar dat vonden zijn OPDC-begeleiders beter van niet. Darryl: ‘Ik was daar zo boos over, dat ik weer erg domme dingen begon te doen.’ Gelukkig wist zijn mentor uit het eerste jaar heeft hem te overtuigen dat een extra jaartje OPDC hem veel zou opleveren. Nu, een half jaartje later, moet hij toegeven dat hij het dat extra jaar toch wel nodig had.  `Als ik nu kijk hoeveel ik ben gegroeid in het afgelopen half jaar dan ben ik zelfs dankbaar. Toen ik me minder goed begon te gedragen, wilden ze me naar het vso sturen. Dat wilde ik absoluut niet. Er is toen veel met mij gesproken. Ik heb doelen leren stellen. Ze helpen me nu met focussen daarop. Dat heeft gemaakt dat ik afgelopen maand een goede symbiose (een soort proefperiode) heb kunnen lopen op de middelbare school in Almere Buiten, waar ook mijn oudere zus op school heeft gezeten.’

Boos is een woord dat vaak terugkeert als Darryl vertelt over zijn ervaringen op school. Ondanks zijn jonge leeftijd heeft hij een bewogen schoolcarrière achter de rug. Het OPDC-Almere is al zijn zesde school. Een reguliere lagere school, een particuliere school, weer regulier, weer een andere – nergens vond hij echt houvast. Integendeel, hij werd steeds drukker, opstandiger, steeds bozer. Hij luisterde niet en liep vaak weg van school, en stond bijgevolg te boek als onhandelbaar. Darryl weet zich nog goed te herinneren dat hij een keer in zijn eentje is opgesloten in de gymzaal omdat de school absoluut niet meer wist wat ze met hem aan moesten.  ‘Zo ben ik terechtgekomen in het speciaal onderwijs.’ Boos is hij ook op al die verschillende aanpakken waar hij mee te maken heeft gehad: apart zetten, hem met een houdgreep in bedwang houden, uit de klas sturen en sorry zeggen.

Jezelf zijn

Op de Bongerd konden ze veel tijd voor hem nemen en slaagden ze erin om hem op zijn gemak te krijgen. Darryl kijkt heel positief terug op dat jaartje: `ik kon daar mezelf zijn maar ik leerde ook aan mezelf te werken. Ik ontdekte wat beter voor me was, niet alleen op school maar ook thuis.’

Het ging best goed, dus stapte hij na een jaartje over naar het speciaal basisonderwijs, het sbo. Dat is, vertelt hij, net wat anders. ‘Op het so kon ik in de pauze bijvoorbeeld tafelvoetbal spelen of met juffen en meesters praten, maar op het sbo moest je in de les en in de pauze aan de regels houden en waren ze soms erg streng of pakten ze me stevig beet.

Nu, ruim twee jaar later, snapt hij waarom dat gebeurde: Het gevolg was wel dat ze hem in eerste instantie na het sbo naar het voortgezet speciaal onderwijs wilden sturen. Dat wilde hij perse niet. Hij was twaalf, maar had heel goed door dat hij die kant niet op moest: ‘Als je daar op zit kom je nooit meer op een reguliere school en bovendien heb je een sticker op je hoofd en dat heb ik nu ook, maar wel maar een beetje.’ Na veel zeuren en praten kreeg hij van het sbo het advies vmbo, maar wel met verwijzing naar het OPDC-Almere, om hem er echt klaar voor te maken.

Het was best een overgang van de basisschool naar het middelbaar onderwijs, ook al was dat op het OPDC-Almere. Maar daar hebben ze hem gedurende de eerste weken weer op zijn gemak gesteld en heeft hij zijn draai gevonden. Hij komt wel direct met een stevig punt van kritiek: dat recent de gymlessen geschrapt zijn door het lerarentekort (1). Hij voetbalt even niet omdat hij zich volledig op school wilde focussen: `Het werd teveel voor mij, ik moest school op de eerste plaats zetten. Ik moet stabiel staan in mijn schema, pas daarna ga ik weer voetballen. Maar nu heb ik dus ook geen gym op school.’

Recht op gym

Hij wist dat hij met mij in gesprek zou gaan en had zich vast voorgenomen hier een punt van te maken. Als voorbereiding was hij op internet gaan zoeken: `Het staat in de wet. We hebben recht op 2 uur gym per week. Ik heb nog aan de juf aangeboden dat ik zelf gym kan geven. Er moet dan natuurlijk wel een meester bij zijn maar ik kan bijvoorbeeld heel goed basketbalinstructies geven.’

Geen gym is niet alleen vervelend voor hem, vertelt hij, maar vooral ook voor veel leerlingen op het OPDC-Almere die zullen doorstromen naar vmbo basis of kader. Darryl: ‘De meesten kiezen dan security of sport en zonder gym in de 2e klas kunnen ze zich nu niet goed voorbereiden.’ Wauw, denk ik,  en realiseer me weer eens hoe belangrijk bewegen is voor veel leerlingen.

Ik vraag Darryl wat een leerkracht tot een goede leerkracht maakt. Hij aarzelt geen moment: een goede leraar heeft humor, kan luisteren en weet wat hoe hij moet uitleggen en hoe hij moet inspireren. Hij weet ook precies wie dat zijn: zijn mentor uit het eerste jaar bij het OPDC-Almere en zijn huidige mentor, maar ook een nieuwe jonge docent. Darryl: `Mijn mentor is grappig. Hij luistert naar kinderen. Hij weet wat zijn grenzen zijn en geeft die ook aan. Hij helpt je. Hij kan je vriend zijn maar ook grenzen trekken. En als het me echt even niet lukt, neemt hij me apart en weet me te inspireren.’

Kortom: het gaat goed met Darryl. Zijn ouders, die zich jarenlang ontzettend ongerust hebben gemaakt, zijn tevreden, omdat het simpelweg veel beter met hem gaat. Hij kijkt ook vooruit: `Ik wil later of advocaat worden of elektricien en daarna mijn eigen bedrijf beginnen.’ Hij gaat ervan uit dat de vmbo-school waar hij proef heeft mogen lopen, de droomschool van zijn zus, hem ook zal aannemen.

Als ik hem – het mocht toen nog  - na ons gesprek de hand schudt, laat hij een trots gevoel bij me achter. Vijf jaar geleden heette hij nog onhandelbaar, nu steekt hij een gepassioneerd betoog af over de gymles. Daar doen we het voor. Maar nu wel even alles op alles zetten om zo snel mogelijk voor Darryl en zijn klasgenoten een gymleraar te vinden.

1. Om privacy redenen is Darryl niet zijn echte naam.
2. Het gaat om leerkracht die zowel gym als wiskunde gaf. De school heeft gekozen de docent volledig in te zetten voor het wiskunde-onderwijs.



Terug