Lerarentekort noopt tot fundamenteel nadenken

Lerarentekort noopt tot fundamenteel nadenken

Terwijl de kranten volstonden over een Amsterdamse scholengemeenschap die besloten had de deuren van achttien scholen een week lang te sluiten om zich te bezinnen op het lerarentekort, wandelde ik na een vergadering met collega-samenwerkingsverband-bestuurders even door Schagen. Ik werd rondgeleid door een collega die deze Noord-Hollandse gemeente op haar duimpje kent. Zij was daar jaren wethouder. We wandelden door een laan waar drie statige huizen naast elkaar stonden. ‘Die is vast van de notaris’, grapte ik, terwijl ik de eerste aanwees. ‘Dat klopt’, antwoordde mijn gids, ‘en die tweede was van de huisarts en de derde van het hoofd van de school.’

Daling op de statusladder

Overbodig te melden, dat de directeur van de lagere school daar nu niet meer woont. Het beroep is de status van plaatselijke notabele al lang geleden kwijtgeraakt en die daling op de statusladder heeft ook  onderwijzers en leerkrachten meegenomen. Hun aanzien is gedaald en daarmee de aantrekkingskracht om voor een beroep in het onderwijs te kiezen. Jongens laten het daarbij in het primair onderwijs nagenoeg helemaal afweten, met als gevolg dat ook nog eens de naargeestige wet in werking is getreden dat hoe meer vrouwen in een bepaalde sector werken, hoe meer de status van die beroepsgroep daalt. De grote voorkeur voor deeltijdbanen (Nederland is in dat opzicht wereldkampioen) en het systematisch uitblijven van toekomstgerichte investeringen in het onderwijs hebben vervolgens gezorgd voor de situatie waarin het onderwijs nu verzeild is geraakt met een chronisch tekort aan personeel. Wie kiest er nog voor een sector, waar de klassen overvol zijn, de werkdruk hoog en het salaris de laatste decennia systematisch is achtergebleven?

Is deze neerwaartse spiraal te keren? Duidelijk is dat alleen een zak met geld - hoe cruciaal verder ook - niet direct meer leerkrachten op de been zal brengen. Meer geld is vooral nodig om het beroep financieel aantrekkelijker te maken. Op korte termijn hebben we ook veel vindingrijkheid nodig om mensen het onderwijs binnen te halen, wat dat betreft is het alle hens aan dek. We kunnen onderwijsassistenten een veel beter ontwikkelingsperspectief  bieden, we kunnen mbo- -opleidingen afstruinen waar mensen een mager beroepsperspectief hebben (sociaal-maatschappelijke dienstverlening, mbo sport, kapsters). Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld kunstopleidingen in het hbo. Daarnaast kunnen we  in regionaal verband de mogelijkheden optimaliseren om toekomstige leerkrachten (van zij-instromers tot andere belangstellenden) zich in en voor de klas om te scholen en te kwalificeren, we kunnen veel preciezer gaan kijken welke expertise uit de omgeving van de school (bij ouders, in de buurt) gemobiliseerd kan worden om educatieve taken in de onderwijsorganisatie te verrichten, we kunnen de lesroosters en lesdagen aanpassen, en zo er is nog veel meer. Dat moeten we allemaal of in een combinatie gaan doen.

Kind van de rekening

Dat geldt natuurlijk ook voor het speciaal onderwijs. In Almere is de situatie met betrekking tot een tekort aan leerkrachten op dit moment niet veel erger dan in het reguliere onderwijs, maar de positie van deze onderwijsvormen is wel kwetsbaarder. Het hoeft weinig betoog dat de aandacht voor bijzondere kinderen in een door het lerarentekort overstresste onderwijsorganisatie letterlijk het kind van de rekening is. En als het gewone onderwijs al niet aantrekkelijk is om voor te kiezen, dan valt te vrezen dat het lesgeven aan cluster-4-kinderen met stevige gedragsproblemen een roeping is die nog maar aan weinigen is gegeven. Ik maak me daar ernstig zorgen over.

Er is, denk ik, iets fundamentelers nodig. We moeten in dit land heel goed nadenken over hoe we de publieke sector op langere termijn willen gaan vormgeven Het gaat immers niet alleen om het onderwijs. In de zorg en de jeugdzorg of bij de politie spelen immers dezelfde problemen. Het is in ieder geval een illusie om te denken dat de tijd terugkeert waarin het hoofd van de school weer naast de notaris en de huisarts een woning zal kunnen betrekken.

We moeten het besef laten doordringen dat we de kwaliteit van deze publieke dienstverlening niet op peil kunnen houden als uit de samenleving niet voldoende menskracht ter beschikking komt om aan de eisen te voldoen. Daar kan natuurlijk iets aan veranderen als de financiële waardering voor onderwijsleerkrachten omhoog wordt gekrikt, maar als dat onvoldoende zoden aan de dijk zet dan moeten we toch aan radicale maatregelen durven te denken. Die kunnen liggen op het terrein van financiële waardering: forse opslagen voor voltijdswerkers, ondersteunend- en leidinggevend personeel, substantiële koopregelingen en huurcompensatie voor onderwijs- en zorgpersoneel, dat soort zaken.

Kennedy

Maar er moet ook iets fundamenteels veranderen in de maatschappelijke waardering. De publieke sector kan niet overeind blijven als een sfeer waar de consumerende burger zijn rechten opeist en anders zijn gram haalt. Het moet ook weer iets worden waar burgers verantwoordelijkheid voor dragen. Om een beroemde uitspraak van Kennedy nog maar eens te parafraseren: vraag niet wat de publieke sector jou moet leveren, vraag wat jij voor de publieke sector kan doen. Dan moeten we bijvoorbeeld durven te denken aan het invoeren van een maatschappelijke dienstplicht die in de zorg of het onderwijs vervuld moet worden. Met als positief bijeffect dat mensen er zoveel plezier vinden dat zij er hun beroep van maken.

Natuurlijk, we kunnen de discussie daarover ook niet voeren, we kunnen blijven doen alsof alles met een flinke zak geld wel goed zal komen. Dat kan en dat is wat er nu gebeurd. Maar dan komt er een moment dat we niet anders kunnen dan accepteren dat de kwaliteit van de publieke sector onder een acceptabel niveau is gezakt. Een keer raden welke groep leerlingen in het onderwijs daar het meeste onder te lijden zal hebben?

Inspirerend voorbeeld

Net buitende ring in Amsterdam-West in Buurtcentrum De Paré komen op de eerste dag dat de scholen een week dicht gaan 120 kinderen bijeen voor een bijzondere lesdag. De kinderen krijgen les van een advocaat, een architect, een schrijver – allemaal uit de buurt en allemaal enthousiast om hun kennis te delen. Er worden deze dag workshops, EHBO-cursussen en weerbaarheidstrainingen gegeven – allemaal met behulp van buurtgenoten. ‘We maken niet alleen van de nood een deugd’, vertelt directeur Hans Krikke, ‘we moeten school en omgeving, school en buurt veel nauwer op elkaar betrekken. Als we echt uitgaan van de oerpedagogische wijsheid It takes a village to raise a child, dan moeten we zeker als de scholen structureel menskracht tekort hebben, het met elkaar doen. Niet als noodmaatregel, maar als filosofie.’

Zie hier het artikel van het Parool '‘Scholen dicht, buurt helpt een handje met alternatieve lessen’  



Terug