Leren van Schotland

Leren van Schotland

Schotland is in. Tenminste in onderwijskringen. De studiereizen naar het hoge noorden van het Verenigd Koninkrijk lijken elkaar snel op te volgen. Voormalig staatssecretaris Dekker was mee met een reis van de PO-raad; Paul Rosenmöller stak er zijn licht op als voorzitter van de VO-raad. De reden voor deze belangstelling is dat Schotland, vanaf het moment dat ze in 1998 over een eigen parlement kregen, een eigen onderwijsbeleid voor 3 tot 18-jarige is gaan vaststellen, met torenhoge ambities om kinderen optimaal tot hun recht te laten komen. Dat beleid is niet in het parlement verzonnen, maar vooral uit het onderwijs zelf voortgekomen. Inmiddels is men dus zo’n vijftien jaar en niet zonder succes in de weer met het nationale credo:
Getting it right for every child.

Onderdeel van deze onderwijsbeweging is een scherp geformuleerde inclusiedoelstelling. Niet meer dan 1 procent van de leerlingen mag in het speciaal onderwijs terechtkomen, voor alle andere kinderen moet het reguliere onderwijs een passende ondersteuning bieden. Ter vergelijking: in Almere streven we ernaar om gemiddeld 3 procent van de leerlingen in het speciaal onderwijs of speciaal basis/voortgezet onderwijs op te vangen. Dat mag je best een opmerkelijk verschil noemen.

Studiereis
Goede reden om zelf ook eens een kijkje te nemen. Van woensdag 15 tot en met vrijdag 17 november nam ik daarom deel aan de studiereis georganiseerd door de Associatie voor de jeugd. Met zo’n 50 mensen uit de sfeer van  jeugdhulp, onderwijs en samenwerkingsverbanden passend onderwijs bezochten we Edinburgh, waar we ons lieten informeren over de Schotse aanpak en een aantal scholen bezochten.

Zo’n reis is eigenlijk altijd interessant. Niet eens omdat het allemaal halleluja-mooi is wat je krijgt voorgeschoteld, maar veel meer omdat de verhalen uit een andere onderwijswereld een intellectuele uitdaging opleveren om te reflecteren over zaken in onze Nederlandse onderwijswereld die vaak als vanzelfsprekend of de normale-gang-van-zaken gezien worden.

Waar de Schotse onderwijsideologie prat op gaat is wat ik maar even samenvat als de holistische aanpak, mooi verbeeld in een cirkelvormig schema, waarin alle dimensies van het bestaan in beschouwing worden genomen. Kinderen wiens ontwikkeling hapert of wordt verstoord worden daardoor niet louter op hun tekort of falen beoordeeld, maar op hun hele sociale ‘hebben en houwen’. Het gaat bovendien niet alleen over individuele capaciteiten, maar ook over sociale en maatschappelijke vaardigheden en omstandigheden.

 

'Named person'
Vervolgens is er voor altijd een ‘named person’, ik vertaal het maar even als een ‘aangewezen opletter’, die de ontwikkeling van kinderen in de gaten houdt, die ervoor verantwoordelijkheid draagt en voor kinderen en ouders aanspreekbaar is. Die vastgelegde expliciete verantwoordelijkheid wordt belegd bij de (directeur van de) onderwijsinstelling waar het kind is ingeschreven. Zo kan een kind dus niet tussen de verschillende instanties heen glippen. Daar past dan wel alle (integrale) informatie bij die in de dossiers over kinderen ligt opgeslagen (niet verwonderlijk dat er over de invoering van dit systeem een heftig debat werd gevoerd over privacy dat overigens tot op de dag van vandaag nog niet is afgerond).

Wie de Schotten over deze aanpak hoort vertellen krijgt onmiddellijk een warm gevoel. Hun ambities zijn geweldig (temeer als je deze afzet tegen de enorme sociale problematiek waarmee het land worstelt), hun enthousiasme is meer dan aanstekelijk. Maar als je de vraag stelt wat wij er in onze lage landen mee kunnen, is het moeilijk om te ontsnappen aan een stevige portie Nederlandse nuchterheid. Want het is natuurlijk onzin om te denken dat wij kinderen in Nederland maar op één dimensie beoordelen. Half hulpverlenend Nederland maakt tegenwoordig gebruik van de zogenaamde zelfredzaamheidsmatrix die mensen op elf leefgebieden onderzoekt.
Specialisten binnen ons samenwerkingsverband kijken ook steeds breder als ze met een kind aan de slag gaan. En weliswaar is de verantwoordelijkheid voor kinderen in Nederland niet verankerd in een systeem van ‘named persons’, maar dat wil niet zeggen dat die verantwoordelijkheid er niet is. Die wordt wel degelijk gegrepen door leerkrachten of hulpverleners en dat geldt zeker voor specifieke onderwijs-jeugdhulp arrangementen. Nog niet altijd even goed, maar ook in Schotland hapert het systeem van ‘named persons’ nog regelmatig, al was het maar omdat de aantallen die men onder de hoede heeft te groot zijn om voor iedereen alert te blijven.

Ambities
Wat ik uit Schotland mee heb genomen is daarom vooral iets anders. Wat mij enorm aansprak was de overtuiging waarmee men aan dezelfde ambities werkte en de gemeenschappelijke taal die er uit voortvloeide. Het bieden van optimaal onderwijs een optimale zorg en ondersteuning aan kinderen met beperkingen of gedragsproblematiek is geen opgelegd pandoer in Schotland, maar een overtuiging die uit het onderwijs is voortgekomen en die jeugdzorg- en onderwijsprofessionals in beweging heeft gebracht en naar elkaar heeft doen toegroeien. Waar in Nederland de ambities van het passend onderwijs nogal eens op scepsis stuiten (kunnen leerkrachten dat wel aan, is er wel geld voor, lijden de goede kinderen niet onder de slechte, kan alleen met adequate ondersteuning), is het in Schotland een gezamenlijk geloof, waarvoor men alles uit de kast haalt. Daardoor zoeken social workers en onderwijsleerkrachten elkaar op, hebben ze een gemeenschappelijke taal en passende onderlinge omgangsvormen ontwikkeld, waardoor ze elkaar snel en goed kunnen ondersteunen. Dat is mooi om te zien, hier valt in ons land de nodige vooruitgang te boeken. In dat opzicht valt er dus veel van die Schotten te leren.

> Klik verder om de “Voors en tegens van de ‘named persons’” te lezen
> Lees het artikel van Paul Rosenmöller: In Schotland is inclusie de norm, in Nederland een project
> En ook Rinda den Besten schreef een blog: Schotland: wat kunnen we ervan leren?
> Lees meer over het Schotse systeem

 

> de blog als PDF

Hetty Vlug

"Hetty Vlug blogt tweewekelijks over haar ervaringen en inzichten als directeur van de coöperatie Passend Onderwijs Almere en bestuurder van Almere Speciaal, het Taalcentrum en het OPDC."



Terug