Verbinder die het samen wil doen | Interview wethouder Roelie Bosch

Verbinder die het samen wil doen | Interview wethouder Roelie Bosch 26 - 11 - 2019

Roelie Bosch is sinds twee maanden wethouder van onder andere onderwijs. Passend Onderwijs Almere ondervroeg haar uitgebreid over de verschillende onderwerpen in haar portefeuille, mooie Almeerse initiatieven en wat ze bereikt wil hebben als ze over enkele jaren weer afzwaait als wethouder.

(c) foto: Maarten Feenstra, interview vond plaats op 28-10-2019

U bent nu enkele maanden wethouder van o.a. onderwijs in Almere. Wat is uw eerste indruk?
Iedereen is met heel veel passie voor onderwijs actief. Er zijn best de nodige uitdagingen in het onderwijs, zoals de kwaliteit op peil krijgen en houden en het lerarentekort. Maar ik zie vooral heel veel betrokken mensen. Dat vind ik heel leuk om te zien.

Hoe denkt u dat uw verschillende onderwerpen  Jeugd, Onderwijs, Welzijn, Gezond in Almere en Goud in Almere samenhangen en elkaar misschien wel versterken?
De onderwerpen versterken elkaar erg heb ik gemerkt. Het hangt met elkaar samen. Kinderen en jongeren kunnen pas goed leren als ze een rustige en stabiele omgeving hebben. Dat raakt dus direct jeugdhulp en welzijn. Zo is dat ook met bijvoorbeeld het project “Een gezonde school”. Scholen hebben bijvoorbeeld schooltuintjes. Je leert dan over landbouw en kunt op een gegeven moment oogsten en van de oogst kun je koken. Daar kun je de ouders weer bij betrekken. Dan komt de vraag op voor wie je kookt, dat kan dan weer bijvoorbeeld voor ouderen in de wijk. Je investeert één keer, in dit geval in een schoolmoestuin, en op verschillende deelgebieden zie je dan resultaat. Dan wordt 1 plus 1 3.

Wat voor moois heeft u gezien in Almere en waar blijven misschien nu nog kansen liggen?

Wat ik heel mooi vind is dat mensen omkijken naar elkaar, dingen organiseren en dingen doen. Dat zie ik vanuit de kerk waar ik betrokken ben, maar zeker ook op andere plekken in Almere. Die betrokkenheid kan zijn vanuit een organisatie als bijvoorbeeld Kwintes en inloophuis de Ruimte. Die hebben allebei een huiskamer waar mensen naar binnen kunnen lopen die behoefte hebben aan contact. Je ziet dat er op veel plekken van alles gebeurt.

Ook op scholen gebeurt er veel. Ouderbetrokkenheid staat momenteel onder druk, maar ik zie zeker de nodige ouders die betrokken zijn. Dat merkte ik ook toen mijn eigen kinderen hier naar school gingen.

Als het gaat om Passend Onderwijs is het aan de ene kant heel mooi dat alle schoolbesturen zich samen inzetten voor de optimale ontwikkeling van kinderen. Tegelijkertijd zie ik daar nog veel uitdagingen. Het is niet aan mij om te zeggen ‘zo moet het’, scholen hebben daar zelf zeker goede ideeën over. Een ontzettend moeilijke uitdaging is het creëren van een klimaat op school waarbij kinderen inclusiever onderwijs kunnen ontvangen op een reguliere basisschool en zo lang mogelijk in hun eigen wijk naar school kunnen blijven gaan. De opbrengsten zijn ook groot: jongeren worden zich dan bijvoorbeeld bewust van hoe de samenleving eruit ziet, met mensen die verschillen van elkaar waarbij iedereen mee mag doen.

Voor u wethouder onderwijs werd, had u al ruim ervaring met onderwijsbeleid, o.a. door uw jarenlange voorzitterschap van Platform Evangelisch Onderwijs Nederland (PEON) en uw werk als projectcoördinator crisiskaart Flevoland. Hoe neemt u deze ervaringen mee in uw huidige wethouderschap?

Als voorzitter van PEON, een vrijwillig onderwijsplatform, had ik de rol als verbinder. Je kunt het niet afdwingen, maar wel mensen bij elkaar brengen. Dat probeer ik nu ook te doen. We staan samen voor de mooie uitdaging om jongeren zo goed mogelijk voor te bereiden op hun zelfstandige positie straks in de samenleving. Daar hebben we elk een eigen rol in: onderwijsinstellingen, de gemeente, allerlei instellingen in de stad. Die probeer ik bij elkaar te brengen. Je brengt elkaar op ideeën en met elkaar ben je meer dan de som der delen.

Als projectcoördinator voor de Crisiskaart heb ik gemerkt hoe waardevol het is om ervaringsdeskundigen in te zetten. Ik vraag me wel eens af of je jongelui die van de basisschool of middelbare school afkomen zou kunnen betrekken bij het maken van beleid. Dat kan bijvoorbeeld ook door een oudere leerling in contact te brengen met  een jongere leerling. Sommige scholen doen dat al. Ik merkte bij het inzetten van ervaringsdeskundigen bij de Crisiskaart dat dit goed werkte voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Ervaringsdeskundigen spreken meer ‘dezelfde taal’ dan bijvoorbeeld hulpverleners. Mensen openen zich dan ook eerder als ze praten met iemand in wie ze zichzelf herkennen.

Er is momenteel discussie over wat Passend Onderwijs nu precies inhoudt. Wat is Passend Onderwijs volgens u?

Letterlijk is het onderwijs dat past bij een kind of jongere, dus in de brede zin van het woord. Dat houdt in zo lang mogelijk proberen om leerlingen op een reguliere school onderwijs te bieden, maar soms is dat niet mogelijk en is speciaal onderwijs passend.  

In Almere zijn we echt bezig om Passend Onderwijs handen en voeten te geven. Waarover ik graag met betrokkenen zou willen praten is wat er nodig is op een reguliere school om dit voor elkaar te krijgen. Ik ben langs geweest bij op het OPDC-Almere en ga nog bij diverse andere scholen langs, zoals Aventurijn maar ook bij reguliere scholen. In de nabije toekomst wil ik graag het verdiepende gesprek voeren met alle schoolbesturen over hoe we een passend aanbod in onze stad kunnen blijven hebben.

Leraren voelen zich soms overvraagd en sommige klassen zijn te groot. Hoe zou je kunnen organiseren dat jongeren op de basisschool en middelbare school de begeleiding kunnen krijgen die ze nodig hebben? Wat vraagt dat van het onderwijs? Durven we terug te gaan in eenvoud, of in ‘rust, reinheid, regelmaat’. Soms vraag ik mezelf wel eens af: wat vragen we allemaal van het onderwijs buiten de kerntaak en doen we niet teveel? 

U woont al sinds 1990 in Almere. Heeft u de stad zien veranderen? En in welke zin?

De stad is natuurlijk groter geworden. Maar we hebben nog steeds de kernenstructuur met de dreven erom heen, we hebben herkenbare wijken en stadsdelen. Dat maakt het wel meer overzichtelijk.

We hebben veel meer voorzieningen gekregen, dat is ook echt mooi voor Passend Onderwijs. Vroeger gingen heel veel kinderen over de brug, naar Amsterdam of ’t Gooi. Ik denk dat misschien tien of twintig procent van de kinderen met speciale onderwijsbehoeften in Almere bleef, terwijl nu meer dan 99 procent van de kinderen in Almere naar school gaat.

Ik zie ook nog kansen. We hebben bijzondere woonmilieus toegevoegd, zoals Duin, Nobelhorst en Overgooi. Hoe kunnen we deze inwoners – en andere - betrekken bij inwoners die een steuntje in de rug nodig hebben? Ik merk in mijn eigen straat in een andere wijk dat we het prima voor elkaar hebben. We zorgen voor elkaar als iemand in de straat dat nodig heeft en dat is goed. Maar kunnen we ook uitgedaagd worden om bij een school in onze buurt betrokken te worden? Ik kan me voorstellen dat er bijvoorbeeld voorleesouders of -grootouders te vinden zijn die het hartstikke leuk vinden om in een school aan de slag te gaan.

Als uw over enkele jaren afzwaait als wethouder, wat wilt u dan minimaal bereikt hebben?

Ze zeggen wel eens over de relatie tussen overheid en onderwijs: ‘we gaan er niet over’, maar tegelijkertijd raakt het de toekomst en de ontwikkeling van onze Almeerse jongeren, waar ik me natuurlijk verantwoordelijk voor voel. Ik wil bereiken dat we meer dingen samen doen en elkaar beter weten te vinden. Ook wil ik kijken hoe we de aansluitingen tussen het vmbo en het mbo en het mbo en hbo nog verder kunnen verbeteren.

Is er nog iets dat u kwijt wilt aan de lezers van de nieuwsbrief?

Ik begon daar ook al mee: ik heb enorme waardering voor iedereen die zich met hart en ziel inzet voor het onderwijs hier!  



Terug